Bezig met laden...

Algostase Mono 1g - 2x10 Bruistabletten

Overzicht

CNK: 1752534

Productinformatie

Indications chevron-down chevron-up
  • Pijn van lichte tot matige intensiteit. - Koorts.
Contra-indications chevron-down chevron-up

Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?

Dit geneesmiddel mag NIET worden TOEGEDIEND aan :

U bent allergisch voor één van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6.

Gebruikt chevron-down chevron-up

Volwassenen en kinderen > 12 jaar

  • 1/2 à 1 bruistablet /inname
  • Min. 4 - 8 uur tussen 2 innames
  • Max. 3 bruistabletten /24 uur

Arthrose

  • Max. 4 bruistabletten /dag, met min. 4 u interval tussen 2 innames

Toedieningswijze

  • Een (halve) tablet oplossen in een half glas water en lichtjes roeren
Composition chevron-down chevron-up

Welke stoffen zitten er in dit middel?

De werkzame stof in dit middel is paracetamol (1000 mg).

De andere stoffen in dit middel zijn: Ascorbinezuur – Citroenzuur - Povidone - Lactose - Sorbitol – Natriumbicarbonaat – Natriumsaccharine – Leucine – Citroenaroma voor een tablet.

Side effects chevron-down chevron-up

4. Mogelijke bijwerkingen Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben, al krijgt niet iedereen daarmee te maken. Volgende definities gelden voor de incidenties van bijwerkingen: zeer vaak (≥ 1/10) vaak (≥ 1/100, < 1/10) soms (≥ 1/1000, < 1/100) zelden (≥ 1/10000, < 1/1000) zeer zelden (< 1/10000 inclusief geïsoleerde gevallen) Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Systeem/orgaanklassen Zelden (≥1/10.000, <1/1.000) Zeer zelden (<1/10.000) Frequentie niet gekend Hartaandoeningen Myocardnecrose Bloedvataandoeningen Hypotensie Bloed- en lymfestelsel- aandoeningen Thrombocytopenie, leukopenie, pancytopenie, neutropenie hemolytische anemie, agranulocytose Anemie Immuunsysteem-aandoeningen Allergische reacties, Allergische reacties die Anafylactische stopzetten van de behandeling vereisen shock Zenuwstelsel-aandoeningen Hoofdpijn Maagdarmstelsel-aandoeningen Buikpijn, diarree, nausea, braken, constipatie, bloedingen, pancreatitis Lever- en galaandoeningen Gestoorde leverfunctie, leverfalen, levernecrose, icterus Hepatotoxiciteit (De biologische tekens van levertoxiciteit kunnen versterkt worden door alcohol en door levermicrosomale inducers) Hepatitis Huid- en onderhuidaandoeningen Pruritus, rash, zweten, angio- oedeem (Quincke- oedeem), urticaria, erythema, hypotonie Zeer zeldzame gevallen van ernstige huidreacties werden gemeld Nier- en urineweg- aandoeningen Steriele pyurie (troebele urine), nierinsufficiëntie Nefropathieën (interstitiële nefritis, tubulaire necrose) na langdurig gebruik van hoge doses Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissen Duizeligheid, malaise Letsels, intoxicaties en verrichtings-complicaties Overdosis en intoxicatie Als u last heeft van een bijwerking die niet in deze bijsluiter vermeld staat en u die als ernstig beschouwt, neem dan contact op met uw arts of apotheker.

Interactions chevron-down chevron-up

 Niet innemen met acohol, kalmerende middelen die barbituraten bevatten, carbamazepine, fenytoïne, primidone, isoniazide en- rifampicine omdat die de levertoxiciteit van paracetamol kunnen versterken.  Paracetamol niet gelijktijdig innemen met ontstekingsremmers of stollingsremmers of chlooramfenicol, tenzij de arts het goedvindt.  Inname van paracetamol kan de bepaling van de uremie en de glycemie vervalsen.  De absorptie van paracetamol kan verhogen bij combinatie met metoclopramide en domperidone, en verlagen bij combinatie met cholestyramine of actieve kool.  De inname van paracetamol gedurende meerdere dagen kan het bloedingsrisico doen toenemen. In dit geval is een regelmatige controle van de International Normalised Ratio (INR) aanbevolen. Het bloedingsrisico kan toenemen bij gelijktijdge inname van orale anticoagulantia of vitamine K antagonisten.  Een verlaging van de dosis paracetamol dient overwogen te worden bij gelijktijdige behandeling met probenicide.  Het chronisch/veelvuldig gebruik van paracetamol bij patiënten die met zidovudine worden behandeld, dient te worden vermeden. Indien chronisch gebruik van paracetamol en zidovudine noodzakelijk is, moet dit onder medisch toezicht gebeuren.  Gelijktijdige inname van paracetamol met lamotrigine kan leiden tot een vermindering van het therapeutisch effect van lamotrigine.  Hormonale anticonceptiva kunnen de werking van paracetamol verminderen.  Chlooramfenicol, want paracetamol kan de toxiciteit van chlooramfenicol verhogen.  Flucloxacilline (een antibioticum: een middel dat bacteriën doodt) kan leiden tot een ernstig risico op bloed- en vochtafwijkingen (metabole acidose genaamd, waardoor uw bloed zuur wordt) die dringend moeten worden behandeld (zie rubriek 2).